Mijn tweede boek

Door arnoudwokke op woensdag 26 oktober 2016 14:42 - Reacties (25)
Categorie: -, Views: 9.831

Het was een van de meest bijzondere dagen uit mijn leven.

Ik weet nog goed dat ik wakker werd, uit bed strompelde en nog half verdoofd de kamer in liep, toen ik me ineens bedacht: wow, vandaag is het dan zover: mijn eerste boek komt uit. Die dag is nu precies een jaar geleden: 26 oktober 2015.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/2000811658.jpeg


De uitgever liet mijn boek, I love/hate smartphones, per snelle koerier naar Tweakers HQ bezorgen, zodat ik hem in elk geval op tijd zou hebben. Vlak na de lunch kwam hij aan en toen ik de doos openmaakte hield ik het resultaat van die lange inspanning eindelijk in mijn hand. Het boek was klaar.
Het zou overdreven zijn om te stellen dat het een unaniem belachelijk groot succes is geworden – ik ben niet Ivo Niehe – maar het boek heeft het redelijk goed gedaan. Exacte cijfers zijn, zoals altijd met die dingen, geheim, maar vooral in de tijd van Sinterklaas lag hij in alle boekwinkels, ook de Ako’s en Bruna’s op het station. Het gevoel van trots dat je hebt als je voor het eerst jouw boek in een boekwinkel aantreft, is bijna onbeschrijfelijk.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001277817.jpeg

Zie mij liggen naast Goedele Liekens! Foto: Zeef

Naast de verkopen, vond ik het mooiste om te lezen wat mensen ervan vonden. De recensies waren vaak enthousiast. Het allerbelangrijkste: het heeft lezers aan het denken gezet over het gebruik van hun smartphone. En dat was het uiteindelijke doel: mensen bewegen tot het bewuster omgaan met dat wonderlijke stuk technologie in onze broekzak of tas.

Het boek is nu een jaar oud, (en nog volop te koop, zoals hier) maar als ik het lees, is het nog altijd actueel. Dezelfde strubbelingen met etiquette hebben we nog steeds en in de trein zie ik nog altijd mensen steevast vrijwel allemaal op hun telefoon bezig zijn, terwijl ze zich beter zouden kunnen vervelen. Ik hoop daarom dat deze Sinterklaasperiode weer een aantal smartphonegebruikers blij worden gemaakt door de Goedheiligman met mijn boek.

Al gelijk vanaf het begin vroegen mensen: komt er een opvolger? Ik heb de boot altijd afgehouden. Ik kan hem actualiseren – dat hoeft nu nog niet – of ik kan een onderwerp uit het boek uitdiepen, zoals smartphone-etiquette, maar het zou voor mij wel vertrouwd voelen. Het zou geen proces zijn met veel nieuwe ervaringen. En dat was juist een van de mooie randzaken van het uitbrengen van dit boek: ik heb veel nieuwe mensen ontmoet, het ontwikkelen van een manuscript tot een boek bij een uitgever meegemaakt en de grenzen ontdekt van mijn eigen discipline, doorzettingsvermogen en creativiteit. Het was, kortom, van A tot Z een groot mooi leerproces.

Toch begon het te kriebelen. Niet voor een nieuwe versie van ‘I love/hate smartphones’, maar voor een heel ander soort boek. En vandaag kan ik bevestigen: ja, ik ben begonnen met het schrijven van mijn tweede boek. Of, zoals ik beter kan zeggen, mijn tweede eerste boek.

Want het is een boek dat als dag en nacht zal verschillen van ‘I love/hate smartphones’. Het is zo’n groot verschil dat je denk ik nauwelijks zal herkennen dat het allebei van mij komt. Het is namelijk fictie. Het wordt een verhaal, met hoofdpersonen en een plot. Ik ben er nog niet helemaal uit welk genre het zal zijn, maar voorlopig lijkt het erop dat in de richting gaat van science-fiction.
Ik wil nog niet zeggen waar het over gaat – ik moet nog wel iets geheim houden natuurlijk ;). Het speelt zich af in (een variant op) Nederland, in 2037. Met wat kleine tweaks aan de maatschappij om mijn verhaal te dienen. Maar nog niets is zeker, alles kan nog veranderen.

https://i.kinja-img.com/gawker-media/image/upload/s--YfPF7Ebn--/c_scale,fl_progressive,q_80,w_800/h0lu5kmrocburd2iijlp.jpg
Een willekeurig plaatje hiervandaan


Het is dan ook nog lang niet af. Sterker nog, ik heb nog geen woord van het nieuwe boek op papier staan – of op de computer staan. Ik heb mezelf afgelopen maanden een stoomcursus gegeven in het schrijven van fictie. Hoe bouw je een verhaal op, hoe werkt het met karakters?

Bovendien lijkt het alsof het hebben van een idee voor een eureka-moment is, maar ik heb gemerkt dat dat niet klopt. Het is een idee, een uitwerking ervan, dat weer aanpassen, nog eens naar kijken, verder over nadenken en concluderen dat het niet wordt – en dan weer opnieuw beginnen. Ik heb er twee maanden voor uitgetrokken en nu heb ik, denk ik, een uitstekend idee – nadat ik minstens vijf goede ideeŽn naar de prullenbak heb verwezen wegens niet goed genoeg.

Voorlopig is de planning om het nieuwe boek rond medio tot eind volgend jaar af te hebben, ik weet het nog niet precies. Het is ook nieuw voor mij, ik heb geen idee hoe lang het wordt, hoeveel schrijfwerk het is en, als ik het eenmaal heb geschreven, hoeveel ik er nog aan moet sleutelen.
Wel heb ik hulp nodig, van jullie. Ik wil een paar dingen specifiek weten. Laat ik beginnen met het makkelijke: mijn karakters hebben namen nodig. Nu heten ze A1, A2, B1, B2 en B3 en het is niet de bedoeling dat het zo blijft. Als je goede ideeŽn hebt, laat ze achter in de reacties. Elke naam die in het Nederland van 2037 voor kan komen, mag daartussen zitten. Het zijn zowel mannen als vrouwen, dus elke naam kan ik gebruiken.

Het tweede is ingewikkelder: mijn eerste boek heb ik uitgegeven op de traditionele manier. Maar zal ik het nu op dezelfde manier aanpakken? Zal ik opnieuw een uitgever zoeken, daarmee in zee gaan en het boek zo in de boekhandels terecht laten komen? Of zijn er andere manieren van distributie en marketing die ik zou moeten overwegen? Ook daarvan hoor ik graag wat je vindt.
Ik heb er in elk geval heel veel zin in en elke keer als ik denk aan dit spannende nieuwe project, krijg ik er onmiddellijk energie van. Het is geweldig om een keer een eigen wereld te scheppen met karakters en een uitgebreid verhaal, en ik kan niet wachten tot ik iedereen dit mooie verhaal, dat nu nog alleen in mijn hoofd zit, te laten lezen.

Boekrecensie: Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen

Door arnoudwokke op dinsdag 13 september 2016 21:06 - Reacties (32)
Categorie: -, Views: 15.670

Zou jij er geld voor over hebben als geen enkel bedrijf je online in de gaten mag houden en je data mag verhandelen? Wat kies je: betalen met je data of betalen met geld? En zo ja, hoeveel wil je dan betalen?

Dit zijn een paar van de willekeurige vragen die bij me op kwamen bij het lezen van het boek Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen van De Correspondent-journalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis. Het is een boek dat gaat over hoe bedrijven en overheden je data vergaren en verhandelen, via onder meer apps op je smartphone, de browser op je pc en zo meer.

http://download.omroep.nl/vara/2016/09/12/20160912-dwdd-gesprek2_5.jpg
Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn bij DWDD op 12 september


Het is een boek dat om aandacht niet verlegen zit: onder meer De Wereld Draait Door, NRC en tijdschrift Vrij Nederland besteedden aandacht aan het uitbrengen van het boek deze week. Het boek legt aan de hand van anekdotes, onderzoek onder diverse apps en sites en kennis van hoogleraren uit hoe bedrijven en overheden onze data verzamelen en hoe ze die verhandelen. Veel tweakers zullen er niets nieuws of schokkends in lezen, maar de opsomming van die allemaal zorgt voor het schokeffect waardoor het toch in het nieuws komt.

De vragen waarmee ik deze boekrecensie begon zijn belangrijk. Ze vormen de basis van een veronderstelling die gek genoeg ontbreekt in het boek. Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen lijkt er vanuit te gaan dat veel mensen niet zullen weten dat bedrijven en overheden onze data verzamelen, delen en verhandelen. En bovendien lijkt het boek te veronderstellen dat als mensen dat wel zouden weten, zij andere keuzes zouden maken.

Ik ben daar niet zeker van.

De mensen die ik spreek over dit onderwerp en die minder kennis van zaken hebben over computers en internet lijken er van uit te gaan dat 1984 al bestaat. Elke keer als ik ze vertel over iets dat mij schokte, kreeg ik de vraag ‘of ik niet wist da de overheid ons altijd en overal afluistert’ en dat ‘Facebook en Google toch al alles van me weten’. Ze nemen geen maatregelen tegen tracking, omdat ze denken dat het geen zin heeft en soms omdat ze bang zijn dat het ze verdacht zal maken. Voor de duidelijkheid: dit zijn geen techfanaten, het zijn mensen die – om maar eens een klassieke inside joke op de Tweakers-redactie erbij te halen – bij proxy, tor en vpn denken dat het over politieke partijen gaat.

Daar komt bij dat Martijn en Tokmetzis moeite hebben met uitleggen waarom we wat te verbergen hebben. Gezien de titel had ik verwacht dat ze daar een duidelijk antwoord zouden hebben. Zo’n antwoord dat je kunt gebruiken de eerstvolgende keer dat iemand zegt dat hij of zij ‘niets te verbergen heeft’. Een antwoord dat iedereen overtuigt of op zijn minst aan het twijfelen brengt. Dat antwoord staat niet in het boek: in plaats daarvan behandelen de auteurs die cruciale vraag als een hete kroket. Komiek John Oliver maakte het thema massasurveillance behapbaar door het te richten op dick pics. Dit boek mist zo'n aansluiting met de dagelijkse wereld van veel mensen.

Behalve deze twee bezwaren – het boek gaat er vanuit dat niemand zijn data wil afstaan en het boek legt in mijn ogen niet goed uit waarom en wat we precies te verbergen of beschermen hebben – heb ik nog twee bezwaren. Eentje in inhoudelijk: Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen leunt erg zwaar op artikelen die eerder op De Correspondent verschenen. Ik als trouwe lezer van de stukken op die site kwam door het hele boek heen talloze teksten tegen die al gelezen dacht te hebben. Daar komt bij dat de informatie niet altijd actueel aandoet. De auteurs schrijven dat je op Android bij installatie automatisch toestemming geeft voor alles waar de app om vraagt. Dat is niet meer zo sinds Android 6.0 en was al langer niet zo op toestellen van onder meer Huawei en Xiaomi. Het geldt dus nog voor veel Android-telefoons, maar lang niet allemaal. En een van de hoofdstukken vermeldt bijvoorbeeld dat ze bepaalde trackers hebben gevonden op de site van Hyves. Allebei de overgebleven bezoekers van Hyves zullen daar wel van schrikken.

Het andere heeft te maken met de toonzetting. Nog voor je het boek gaat lezen, kom je aanbevelingen tegen van de directeur van Bits of Freedom en de lijsttrekker van de Piratenpartij. In een interview met NRC zeggen de auteurs ook dat ze in de loop van het schrijven van het boek zich steeds meer activist gingen voelen en dat is te zien: ze roepen bijvoorbeeld op om te doneren aan Bits of Freedom en stimuleren lezers om een adblocker te installeren (hoewel een van de bekendste, AdBlock Plus, ironisch genoeg vandaag bekendmaakte zelf advertenties te gaan verhandelen).

Wellicht ligt het dus aan die meer activistische houding, maar er zijn genoeg lichtpuntjes de afgelopen jaren geweest die wat mij betreft meer aandacht hadden verdiend in het boek. Zo is er – zoals de auteurs kort opmerken – Europese regelgeving gekomen en schoot een Europese rechter Safe Harbour af. Maar er is meer gebeurd: de populairste chatapp, WhatsApp, gebruikt de veiligste standaard voor end-to-end encryptie. Bovendien schudt de industrie waar data-handelaars op leunen, die van online advertenties, op zijn grondvesten. Sites die alleen leunen op advertenties gaan steeds vaker kopje onder of wisselen van businessmodel en alle mediabedrijven die vooruit durven kijken houden rekening met een toekomst waarin over een paar jaar online advertenties verdwenen of zo goed als verdwenen zijn. Er zijn voldoende ontwikkelingen in de positieve richting.

Het boek is, kortom, wat aan de negatieve kant.

Maar misschien is dat ook wel wat er nodig is. Een boek zet pas aan tot actie als het in ferme bewoordingen een standpunt inneemt. Nuance mobiliseert niemand, nuance leidt zelden tot verandering of debat en nuance heeft zelden een groot effect. En dit boek is duidelijk geschreven om impact te hebben.

Wat dat betreft is dit boek een uitstekend startpunt voor discussies op talloze feestjes en partijen, in media en waar dan ook. Het geeft mensen die anderen willen overtuigen genoeg munitie. Daar komt bij dat Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen vlot, toegankelijk en onderhoudend geschreven is. Het is geen saaie, droge kost, maar je krijgt de informatie met voorbeelden, anekdotes en, naar het zich laat aanzien, oprechte emoties – vooral verbaasdheid over hoe ver deze praktijken gaan.

Daar komt bij dat het boek zijn wortels heeft in uitstekende verhalen die, als je ze nog niet gelezen had, veel inzichten geven die vermoedelijk nieuw zijn. Zoals over metadata en hoeveel die eigenlijk zeggen over je leven en wat je doet. Of over wat apps op een smartphone allemaal doen.

Het is ook een boek dat daardoor bol staat van goede journalistiek – iets waar ik heel blij van kan worden. Dat gebeurt niet alleen in informatie, maar de auteurs laten ook vaak genoeg weten dat het simpele nieuwsgierigheid is dat hen drijft – iets dat we als journalisten snel weglaten.

En o ja, de cover van het boek vind ik best briljant.

Door dit alles is het boek zeker aan te raden voor iedereen die De Correspondent niet leest, maar wel interesse heeft in online technologie en privacy. Ik verwacht dat Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen bij veel tweakers een plekje gaat krijgen in de – al dan niet digitale – boekenkast.

https://cdn.shopify.com/s/files/1/0559/0133/products/corres_mm_dt_verbergen_boek_shopify_visuals_1080x1080_12_1024x1024.jpg?v=1473682014


Disclaimer: dit is geen redactionele review van Tweakers, maar een boekrecensie van mijzelf - geschreven omdat ik dit boek het bespreken waard vind.