Recensie: Nokia Mobile, We Were Connecting People

Door arnoudwokke op zondag 22 april 2018 14:01 - Reacties (4)
Categorie: -, Views: 3.015

Johannes Vššnšnen, oprichter van MyOrigo, was boos toen Apple in 2007 de eerste iPhone aankondigde. Jobs deed op het podium net alsof Apple alle elementen van de iPhone - het scrollen door over het display te vegen, het bedienen van het scherm met de vingers in plaats van een stylus, het meedraaien van de interface als je het toestel draait - zelf had uitgevonden. "Ik gooide mijn eigen apparaat MyDevice boos tegen de muur", zegt Vššnšnen. "Hij brak natuurlijk niet. Het was goed spul."

De anekdote is een van de vele pareltjes uit de documentaire Nokia Mobile: We Were Connecting People van de Fin Arto Koskinen. Vššnšnen toonde tussen 2002 en 2005 zijn MyDevice, hier te zien op YouTube, aan meerdere fabrikanten. Nokia vond het toestel waarmee je kon scrollen door te vegen, kon typen op een scherm met de vingers en de interface kon draaien door het toestel te draaien, een gimmick die de aandacht niet langer dan twee minuten vast kon houden en zag er niets in. Vššnšnen neemt hen dat niet kwalijk. "Ze waren de succesvolste telefoonmakers ooit. Ik had hetzelfde gedaan als ik aan die kant van de tafel zat."

Apple had wel interesse en Steve Jobs kwam zelf een kijkje nemen bij een meeting. Er gebeurde verder niets en MyOrigo ging in 2005 failliet. Apple kocht enkele van de belangrijkste patenten op, en Jobs streek met de eer van de vindingen uit het toestel.

Het verhaal van MyOrigo is natuurlijk maar een kleine zijstap in de documentaire, die verder vooral draait om Nokia. Het is een door en door Finse documentaire. Verwacht dus geen bombastische Amerikaanse stijl met spannende voice-overs, over-the-top dramatische muziek en andere stijlelementen. Het is een bescheiden, tikkeltje onderkoelde film.

Wat Koskinen mooi heeft gedaan, is de geschiedenis van Nokia van onderop belichten. Topmensen uit de geschiedenis van Nokia, zoals ceo's Stephen Elop en Olli-Pekka Kallasvuo, komen nauwelijks aan het woord. Wel gewone medewerkers, die soms decennialang in dienst zijn geweest. Het gaat ook veel over de wisselwerking tussen Nokia en de Finse cultuur, zoals de sauna's op de bovenste verdieping van een kantoor. "In die sauna zijn heel wat innovaties ontstaan", memoreert een medewerker over de tijd dat het Nokia goed ging, tot ongeveer tien jaar geleden.

De docu levert een enigszins nostalgisch beeld op. Koskinen wijt de neergang van Nokia aan de plotselinge rijkdom van hoger management - zij hadden aandelen en de waarde daarvan ging hard omhoog in de goede jaren - en de grote groei van het bedrijf.

Tekenend daarvoor een prototype van een Nokia-smartphone van vermoedelijk rond 2004. "Zie je deze knoppen aan de zijkant?", zegt de oud-Nokia-medewerker. "Die hebben geen functie. De ontwerpers van de telefoon hadden namelijk niet overlegd met de makers van de software."

De documentaire snijdt wel wat hoeken af, vermoedelijk door tijdgebrek. Een medewerker vertelt dat een topman vlak na de introductie van de iPhone zei: wij hebben volgend jaar een iPhone-killer nodig. De documentaire gaat vervolgens verder over de Nokia N9 en MeeGo - die pas vier jaar later uitkwam. In de tussentijd probeerde Nokia het nog met de 5800 XpressMusic, N97 en N8 - maar die blijven onbesproken.

De neergang krijgt wel aandacht. "Gisteren was officieel de laatste werkdag", zegt een voetballende oud-medewerker. "Eigenlijk werkten we al 2,5 maand niet meer." Een andere medewerker vertelt dat hij zo opzag tegen zijn werk in de slechte tijd, dat hij soms op de parkeerplaats twintig minuten in zijn auto bleef zitten. "Toen ik naar de ingang liep, zag ik dat vijf anderen hetzelfde deden." Het zijn de verhalen waardoor je de impact van Nokia's neergang op de Finse bevolking voelt.

Het is zeker geen bijzonder swingende documentaire en hij gaat technisch niet diep, maar voor wie zich interesseert voor de geschiedenis van mobiele telefonie is het een leuke, interessante en boeiende anderhalf uur.

De documentaire was vorig jaar te zien op diverse festivals, zoals IDFA. Sinds een maand is hij te huur op Vimeo voor 4,99 euro.

Recensie: Oorsprong van Dan Brown

Door arnoudwokke op donderdag 2 november 2017 22:41 - Reacties (5)
Categorie: -, Views: 5.108

Laat ik beginnen met een bekentenis: ik ga al jaren achter elkaar naar de Foute Party - en met goede reden. Muziek die radiozenders klaarblijkelijk als 'fout' classificeren, luister ik geregeld en ik kan er intens van genieten.

Zo is het af en toe ook met boeken: ik las Dan Brown voor het eerst met de Da Vinci Code, zoals iedereen. Ik vond dat toen een origineel en verrassend boek, met een leuke mix van mysterie, geschiedenis en spanning.

https://tweakers.net/i/fikDF0CdB6x-TcVo1jUej1sM3mo=/288x238/filters:sharpen(0.5,0.1,false):fill(white)/i/2001708677.jpeg?f=imagemedium


Maar erg ondersteboven van zijn schrijfstijl ben ik niet. Hij gebruikt vaak dezelfde trucjes om de spanning erin te houden en zijn boeken beleven hun hoogtepunt iets te vroeg, als je nog tientallen pagina's te gaan hebt. Een goed verhaal eindigt op het juiste moment. Bovendien heeft hij inmiddels al meerdere boeken geschreven en lijkt de serie met hoofdpersoon Robert Langdon uit te draaien op die van Baantjer - een eindeloze reeks met verhalen die op dezelfde manier gestructureerd en uitgewerkt zijn. Of, als je Baantjer niet kent, net zoals vrijwel alle eurodance-liedjes uit de jaren negentig allemaal dezelfde opbouw en structuur hadden, van 2Unlimited tot Bobo.

Omdat de eerdere boeken van Brown een guilty pleasure zijn, begon ik met goede moed aan Oorsprong, het nieuwste boek van de beste man - die ik in het Engelstalige origineel Origin heb gelezen. Het boek gaat over een wetenschapper die op theatrale wijze de resultaten van zijn onderzoek bekend wil maken over de oorsprong van de mensheid en waar de evolutie naar toe gaat.

Ik zal weinig weggeven van het plot, maar een paar dingen wil ik bespreken. Het eerste is Dan Browns ongelofelijke neiging tot het opdreunen van Wikipedia-pagina's en feitjes die je slimme speaker uitspuwt als je vraagt om iets willekeurigs te vertellen. Zo legt Brown uit wat Uber is, wie Winston Churchill was en dat er een pijl verstopt zit in het logo van FedEx. Ik heb een paar keer tijdens het lezen met mijn ogen gerold en bijna hardop gezegd: ga nou gewoon verder met het verhaal.

Het tweede zal ik mysterieus moeten houden, maar ik had op veel punten in het verhaal moeite met de geloofwaardigheid van karakters en ontwikkelingen in het verhaal. Het is allemaal erg over-the-top en bombastisch in de manier waarop hij thema's bespreekt en de wereld beschouwt. Boeken van Dan Brown geven je haast het gevoel dat elke loszittende stoepsteen een geheim symbool is van een eeuwenoud broederschap of onderdeel van een verhaal waarin het lot van de wereld op het spel staat.

Het derde is het karakter Winston. Winston is een digitale assistent, net als Siri, Cortana, Google Assistant en Alexa. Een groot verschil is dat Winston veel capabeler is dan huidige assistenten - zo heeft hoofdpersoon Langdon een uitgebreid gesprek over de interpretatie van kunst met de digitale assistent. Daarbij is de hoofdpersoon verbaasd dat Winston honderden gesprekken tegelijk kan voeren - terwijl Langdon in dezelfde tijd leeft als wij, waarin Siri, Cortana, Alexa en Assistant werken op honderden miljoenen apparaten tegelijk.

Net als andere recente verschijningen van een digitale assistent in films, zoals Her en Blade Runner 2049, is het interessant om kennis te maken met volledig kunstmatige karakters. Schrijvers hebben al milennia lang te maken met fictionele karakters, maar vaak mens of dier. Het schrijven van digitale assistenten als karakter in een boek of film is een vrij nieuw fenomeen.

Het toont aan dat boeken en films zich aanpassen. De tijd dat sci-fi gevuld was met robots in de vorm van een metalen butler of een prullenbak met armen ligt echt achter ons (totdat Star Wars: The Last Jedi verschijnt, want daarin zien we ongetwijfeld C-3PO en R2D2 weer terug).

Oorsprong is met zijn kunstmatige, welwillende assistent een echt product van zijn tijd - een tijd waarin steeds meer wetenschappers hardop uitspreken dat zij denken dat kunstmatige intelligentie ons niet zal vervangen als in Terminator, maar ons zal helpen en begeleiden met dingen waarin wij minder goed zijn.

Wie fervent lezer is van Tweakers en wie goed op de hoogte is van recente geschiedenis, zal weinig verrassends en leerzaams tegenkomen in Oorsprong. Wie bovendien andere boeken van Dan Brown heeft gelezen, zal sneller dan de auteur had gewild een idee krijgen van hoe de vork in de steel zit.

Maar dat mag de pret niet drukken: net als van stampers van Captain Jack of De Sjonnies, heb ik van begin tot einde deze Dan Brown-thriller met heel veel plezier gelezen.

http://www.trbimg.com/img-59529ec9/turbine/la-et-jc-dan-brown-20170627

Recensie: boek van mediawetenschapper over digitale verslaving

Door arnoudwokke op zaterdag 29 april 2017 20:49 - Reacties (2)
Categorie: -, Views: 3.250

We zitten in de storm na de stilte.

Deze maand zijn er maar liefst drie boeken verschenen die in elk geval deels over de verslavende werking van smartphones gaan. De vertaling van het boek van de Amerikaanse hoogleraar Adam Alter kwam uit, onder de titel Superverslavend, NRC-journalist Wouter van Noort kwam met Is Daar Iemand? en tot slot mediawetenschapper Sidney Vollmer, die vorige week zijn boek On/Off presenteerde.

Eindelijk.

Het heeft even geduurd, maar eindelijk is er volop aandacht voor de keerzijde van mobiele technologie. Hoe mooi dat toverapparaat ook is en wat het ook allemaal mogelijk maakt, lang niet alles is positief. De smartphone steelt de stiltes in onze levens en heeft nog veel meer effecten die we onder ogen zullen moeten zien.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001340257.jpeg


Het boek van Van Noort besprak ik laatst en nu heb ik net On/Off van Sidney Vollmer net uitgelezen.

Wat voor boek is On/Off? Om met de tekst op de flap aan de binnenkant te spreken: het is een 'openhartige zoektocht naar meer balans in digitale tijden'. Vollmer bespreekt ontwikkelingen aan de hand van thema's, zoals muziek, video, smartphones, games en sociale media.

Bij elk thema haalt Vollmer er jeugdherinneringen bij, zoals bij het stuk over diensten als Netflix de videocamera van zijn vader die hem als dreumes een beeld van zichzelf op tv liet zien of bij muziekstreaming over het opnemen van liedjes uit de Top 40 op bandjes. Extra leuk voor mij als bijna-leeftijdgenoot, omdat veel van zijn jeugdherinneringen ook mijn jeugdherinneringen zijn.

Ook een aardig detail: hij heeft kennelijk geregeld op rustige plekken in het buitenland vertoefd om in alle stilte te kunnen schrijven, zoals een voormalig Frans klooster voor kunstenaars, auteurs en artiesten en een huis van iemand in Zweden, en vertelt daar tussendoor ook over. Het zorgt voor een fijne afwisseling in de persoonlijke verhalen.

Sowieso is het duidelijk dat hij in alle rust heeft kunnen schrijven: het is een rustig geschreven boek, met een prettig kabbelend soort ritme. Het is ook 348 pagina's en dankzij de uitgeschreven url's (!) en 404 voetnoten is het boek dus meer dan 380 pagina's lang en meer dan 500g zwaar. Ja, bij een boekrecensie weeg ik alles mee ;)

Vollmer duidt grote problemen aan, zoals de filterbubbel die ontstaat op veel gebieden als diensten ons dingen aanraden die we leuk vinden, de moeite die grote bedrijven doen om diensten zo verslavend mogelijk te maken en de gesloten algoritmes die bepalen wat we bijvoorbeeld zien op Facebook en Google.

Een van de spannendste is de vergelijking van technologie met de bacterie toxoplasma gondii, een beeld dat Vollmer haalde uit een interview uit zijn podcast Digitalisme met Marleen Stikker van Waag Society, de organisatie waar onder meer 'eerlijkere smartphonefabrikant' Fairphone uit voortkomt. "Ook bij muizen en ratten is die parasiet te vinden", schrijft Vollmer over de bacterie. "Bij die diersoorten zorgt de bacterie ervoor dat dat zij hun biologische instinct tot zelfbehoud negeren. De geur van kattenurine wordt door genenmanipulatie bijvoorbeeld niet meer als gevaarlijk beschouwd, waardoor derat dichter bij zijn natuurlijke vijand komt. De geÔnfecteerde rat wordt daardoor eerder opgegeten door de kat (...) Misschien worden we inmiddels gewoon collectief aangestuurd door tremes, technoparasieten." Overdrijving? Misschien, maar de denkrichting is interessant en na het lezen van deze passage legde ik het boek even weg om het in elk geval te laten bezinken en kijken of er in elk geval iets van waarheid in zou kunnen schuilen.

Het blijft niet bij constateringen. Vollmer komt ook met oplossingen. Sommige daarvan klinken nog redelijk haalbaar en nuttig, maar veel ervan zijn of op het oog onhaalbaar (een NDA, Nationale Digitale Autoriteit, een Nederlandse waakhond voor databescherming) of vrijblijvend (er moet meer discussie komen over X).

De oplossingen zetten in elk geval aan tot anders denken over technologie en de rol van onszelf en de overheid tot techbedrijven. Zo stelt Vollmer voor dat landen de mogelijkheid krijgen om apps en games die te verslavend zijn - net als bijvoorbeeld gokken - te reguleren of te verbieden. Ook zou Vollmer graag bij grote techbedrijven een technisch-ethicus aan het werk zien, iemand die bij belangrijke beslissingen de maatschappelijke impact zou moeten wegen.

Dat de oplossingen vaak groots en onhaalbaar klinken is niet zo gek: wie grote problemen aanduidt, zal met ingrijpende oplossingen moeten komen en die zijn momenteel misschien niet haalbaar. Bovendien: wie mikt op de maan, kan altijd tussen de sterren terechtkomen.

Het heeft mij in elk geval aan het denken gezet en ik heb het er al met diverse mensen over gehad - en als veel lezers dat gaan doen is het in elk geval pure winst. Mede door de vele interessante gedachtes en constateringen in het boek, in combinatie met de vele bronverwijzingen naar andere lezenswaardige werken over technologie, maakt On/Off meer dan de moeite waard voor wie zich wel eens ongemakkelijk voelt bij het vele gebruik van dingen als Facebook, Google, Netflix, Spotify of Amazon.

Ps. Je hoeft niet je favoriete e-bookstore te openen om On/Off te zoeken, want het boek verschijnt alleen op papier.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagemedium/2001488253.jpeg

Recensie: boek van NRC-journalist over 'smartphoneverslaving'

Door arnoudwokke op donderdag 20 april 2017 22:30 - Reacties (12)
Categorie: -, Views: 5.079

Imitatie is de ultieme vorm van vleierij.

En dus voel je je gevleid als iemand van het NRC een paar maanden na publicatie van je boek, waarmee ik mede beoogde een bepaald thema op de kaart te zetten, aankondigt een boek te gaan schrijven over hetzelfde thema.

Het is lastig om de overeenkomst in onderwerp te ontkennen tussen het onlangs verschenen boek 'Is daar iemand?' van NRC-collega Wouter van Noort en mijn eigen boek 'I love/hate smartphones' van anderhalf jaar geleden. Dat maakt mij aan de ene kant uiterst geschikt om het boek van Van Noort te beoordelen - en aan de andere kant natuurlijk totaal niet objectief.

Eerst even over het boek van Van Noort. Is Daar Iemand? gaat in brede zin over de invloed van smartphonetechnologie op onszelf en ons gedrag. Van Noort schrijft sinds drie jaar voor NRC en zat daarvoor bij opinietijdschrift Elsevier.

Laat ik meteen de vraag die in je opkomt beantwoorden: ja, beide boeken lijken wat op elkaar, al claimt hij dat hij mijn boek niet heeft gelezen en dat elke overeenkomst dus niet intentioneel is. Ik zie bij Van Noort dezelfde thema's en inzichten terugkomen, in soms ongeveer dezelfde bewoordingen (we zitten met smartphones in onze puberteit), met dezelfde standpunten op basis van dezelfde argumenten. En er is zelfs de naam van een hoofdstuk dat vrijwel exact overeenkomt.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001478505.jpeg


Ook hetzelfde: Van Noort gebruikt net als ik veel anekdotes uit zijn eigen leven en eigen omgeving om de informatie in het boek van een persoonlijke noot en context te voorzien. Het is een stijl die van mijn boek een volgens veel lezers prettig weg te lezen tekst maakte - en dat is bij Van Noort niet anders.

Er zijn uiteraard verschillen tussen beide boeken - zoals anderhalf jaar van nieuwe ontwikkelingen (Pokťmon Go), wetenschappelijke onderzoeken en boeken om uit te putten - maar al met al zullen lezers van mijn boek niet steil achterover slaan van de informatie en de voorbeelden die Van Noort aanhaalt

Is dat erg? Nee, niet echt.

De formule die in mijn boek volgens mij zo goed werkte, werkt hier ook weer: het leest prettig weg en is vermakelijk. Van Noort is een geoefend schrijver - hij is immers journalist - en dat is te merken. Het is levendig. Het enige hinderlijke aan het taalgebruik is de neiging om elke afkorting met kleine letters te schrijven. Ik heb me een paar pagina's lang afgevraagd wat 'ki' was, totdat ik teruglas en zag dat het de afkorting was voor kunstmatige intelligentie. Dat hij die afkortingen ook met kleine letters schrijft aan het begin van een zin, is iets waartegen elke vezel van mijn taalgevoel zich verzet ('Daarbij hebben mensen last van angstgevoelens, zenuwachtigheid en het gevoel nooit los te komen van hun werk. tno en cbs waarschuwen dat het te vroeg is... etc). Het is echter maar een kleinigheid en zal veel lezers vermoedelijk niet storen.

Het meest aansprekend voor de meeste lezers zullen de stukken zijn over de invloed van de smartphone op aandacht en multitasken. We worden door urenlang per dag op onze telefoon bezig te zijn minder goed in dagdromen - belangrijk voor het leggen van creatieve verbanden en dus voor nieuwe ideeŽn, en multitasken hebben we sowieso nooit gekund - dat de smartphone altijd als een jengelend kind om aandacht vraagt maakt dat alleen maar zichtbaarder. Bovendien: bedrijven doen er alles aan om ons verslingerd te doen raken aan hun app en maken gebruik van diepgewortelde beloningssystemen in ons brein.

Het sterkst wordt het boek naar mijn ogen in het hoofdstuk 'De dictatuur van data', een hoofdstuk waarin Van Noort het heeft over onder meer 'smart cities' en het gebruik van data en algoritmes door overheden om relletjes te voorspellen, maar ook om andere zaken te bepalen. Vanaf daar is het een kleine stap naar dataÔsme - het geloof dat algoritmes beter zijn in het nemen van grote beslissingen dan mensen - en die stap neemt Van Noort dus ook. Het drijft misschien ver af van het basale onderwerp van het boek, maar als veel mensen hierdoor in aanraking komen met het idee dat komende decennia volgens mij onze maatschappij in hoge mate kan vormen, dan is het die zijstap meer dan waard.

Er is natuurlijk voldoende aan te merken op het boek - kort-door-de-bocht conclusies op basis van wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld ('als je de hele tijd afgeleid bent door je smartphone kan dat ertoe leiden dat je ongezonder eet', een claim die nooit is onderzocht en die Van Noort ondersteunt met het vermoeden van een enkele wetenschapper) - maar al met al is dit een geslaagde poging om de problematiek rondom smartphones begrijpelijk uit te leggen aan een groot publiek. En de uitleg die hij geeft in zijn boek en die ik ook geef in mijn boek is helaas anno 2017 nog altijd hard nodig.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001478507.jpeg


Update: Van Noort laat na het lezen van dit blog het volgende weten: "Jouw suggestie van imitatie is onwaar, en nogal smadelijk. 1. Ik noem mijn bronnen allemaal en 2. Ik heb het jouwe niet gelezen."

Mijn tweede boek

Door arnoudwokke op woensdag 26 oktober 2016 14:42 - Reacties (25)
Categorie: -, Views: 9.598

Het was een van de meest bijzondere dagen uit mijn leven.

Ik weet nog goed dat ik wakker werd, uit bed strompelde en nog half verdoofd de kamer in liep, toen ik me ineens bedacht: wow, vandaag is het dan zover: mijn eerste boek komt uit. Die dag is nu precies een jaar geleden: 26 oktober 2015.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/2000811658.jpeg


De uitgever liet mijn boek, I love/hate smartphones, per snelle koerier naar Tweakers HQ bezorgen, zodat ik hem in elk geval op tijd zou hebben. Vlak na de lunch kwam hij aan en toen ik de doos openmaakte hield ik het resultaat van die lange inspanning eindelijk in mijn hand. Het boek was klaar.
Het zou overdreven zijn om te stellen dat het een unaniem belachelijk groot succes is geworden – ik ben niet Ivo Niehe – maar het boek heeft het redelijk goed gedaan. Exacte cijfers zijn, zoals altijd met die dingen, geheim, maar vooral in de tijd van Sinterklaas lag hij in alle boekwinkels, ook de Ako’s en Bruna’s op het station. Het gevoel van trots dat je hebt als je voor het eerst jouw boek in een boekwinkel aantreft, is bijna onbeschrijfelijk.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001277817.jpeg

Zie mij liggen naast Goedele Liekens! Foto: Zeef

Naast de verkopen, vond ik het mooiste om te lezen wat mensen ervan vonden. De recensies waren vaak enthousiast. Het allerbelangrijkste: het heeft lezers aan het denken gezet over het gebruik van hun smartphone. En dat was het uiteindelijke doel: mensen bewegen tot het bewuster omgaan met dat wonderlijke stuk technologie in onze broekzak of tas.

Het boek is nu een jaar oud, (en nog volop te koop, zoals hier) maar als ik het lees, is het nog altijd actueel. Dezelfde strubbelingen met etiquette hebben we nog steeds en in de trein zie ik nog altijd mensen steevast vrijwel allemaal op hun telefoon bezig zijn, terwijl ze zich beter zouden kunnen vervelen. Ik hoop daarom dat deze Sinterklaasperiode weer een aantal smartphonegebruikers blij worden gemaakt door de Goedheiligman met mijn boek.

Al gelijk vanaf het begin vroegen mensen: komt er een opvolger? Ik heb de boot altijd afgehouden. Ik kan hem actualiseren – dat hoeft nu nog niet – of ik kan een onderwerp uit het boek uitdiepen, zoals smartphone-etiquette, maar het zou voor mij wel vertrouwd voelen. Het zou geen proces zijn met veel nieuwe ervaringen. En dat was juist een van de mooie randzaken van het uitbrengen van dit boek: ik heb veel nieuwe mensen ontmoet, het ontwikkelen van een manuscript tot een boek bij een uitgever meegemaakt en de grenzen ontdekt van mijn eigen discipline, doorzettingsvermogen en creativiteit. Het was, kortom, van A tot Z een groot mooi leerproces.

Toch begon het te kriebelen. Niet voor een nieuwe versie van ‘I love/hate smartphones’, maar voor een heel ander soort boek. En vandaag kan ik bevestigen: ja, ik ben begonnen met het schrijven van mijn tweede boek. Of, zoals ik beter kan zeggen, mijn tweede eerste boek.

Want het is een boek dat als dag en nacht zal verschillen van ‘I love/hate smartphones’. Het is zo’n groot verschil dat je denk ik nauwelijks zal herkennen dat het allebei van mij komt. Het is namelijk fictie. Het wordt een verhaal, met hoofdpersonen en een plot. Ik ben er nog niet helemaal uit welk genre het zal zijn, maar voorlopig lijkt het erop dat in de richting gaat van science-fiction.
Ik wil nog niet zeggen waar het over gaat – ik moet nog wel iets geheim houden natuurlijk ;). Het speelt zich af in (een variant op) Nederland, in 2037. Met wat kleine tweaks aan de maatschappij om mijn verhaal te dienen. Maar nog niets is zeker, alles kan nog veranderen.

https://i.kinja-img.com/gawker-media/image/upload/s--YfPF7Ebn--/c_scale,fl_progressive,q_80,w_800/h0lu5kmrocburd2iijlp.jpg
Een willekeurig plaatje hiervandaan


Het is dan ook nog lang niet af. Sterker nog, ik heb nog geen woord van het nieuwe boek op papier staan – of op de computer staan. Ik heb mezelf afgelopen maanden een stoomcursus gegeven in het schrijven van fictie. Hoe bouw je een verhaal op, hoe werkt het met karakters?

Bovendien lijkt het alsof het hebben van een idee voor een eureka-moment is, maar ik heb gemerkt dat dat niet klopt. Het is een idee, een uitwerking ervan, dat weer aanpassen, nog eens naar kijken, verder over nadenken en concluderen dat het niet wordt – en dan weer opnieuw beginnen. Ik heb er twee maanden voor uitgetrokken en nu heb ik, denk ik, een uitstekend idee – nadat ik minstens vijf goede ideeŽn naar de prullenbak heb verwezen wegens niet goed genoeg.

Voorlopig is de planning om het nieuwe boek rond medio tot eind volgend jaar af te hebben, ik weet het nog niet precies. Het is ook nieuw voor mij, ik heb geen idee hoe lang het wordt, hoeveel schrijfwerk het is en, als ik het eenmaal heb geschreven, hoeveel ik er nog aan moet sleutelen.
Wel heb ik hulp nodig, van jullie. Ik wil een paar dingen specifiek weten. Laat ik beginnen met het makkelijke: mijn karakters hebben namen nodig. Nu heten ze A1, A2, B1, B2 en B3 en het is niet de bedoeling dat het zo blijft. Als je goede ideeŽn hebt, laat ze achter in de reacties. Elke naam die in het Nederland van 2037 voor kan komen, mag daartussen zitten. Het zijn zowel mannen als vrouwen, dus elke naam kan ik gebruiken.

Het tweede is ingewikkelder: mijn eerste boek heb ik uitgegeven op de traditionele manier. Maar zal ik het nu op dezelfde manier aanpakken? Zal ik opnieuw een uitgever zoeken, daarmee in zee gaan en het boek zo in de boekhandels terecht laten komen? Of zijn er andere manieren van distributie en marketing die ik zou moeten overwegen? Ook daarvan hoor ik graag wat je vindt.
Ik heb er in elk geval heel veel zin in en elke keer als ik denk aan dit spannende nieuwe project, krijg ik er onmiddellijk energie van. Het is geweldig om een keer een eigen wereld te scheppen met karakters en een uitgebreid verhaal, en ik kan niet wachten tot ik iedereen dit mooie verhaal, dat nu nog alleen in mijn hoofd zit, te laten lezen.

Tweakers vormt samen met Tweakers Elect, Hardware.Info, Autotrack, Nationale Vacaturebank en Intermediair de Persgroep Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2018 Hosting door True