Recensie: Oorsprong van Dan Brown

Door arnoudwokke op donderdag 2 november 2017 22:41 - Reacties (5)
Categorie: -, Views: 2.774

Laat ik beginnen met een bekentenis: ik ga al jaren achter elkaar naar de Foute Party - en met goede reden. Muziek die radiozenders klaarblijkelijk als 'fout' classificeren, luister ik geregeld en ik kan er intens van genieten.

Zo is het af en toe ook met boeken: ik las Dan Brown voor het eerst met de Da Vinci Code, zoals iedereen. Ik vond dat toen een origineel en verrassend boek, met een leuke mix van mysterie, geschiedenis en spanning.

https://tweakers.net/i/fikDF0CdB6x-TcVo1jUej1sM3mo=/288x238/filters:sharpen(0.5,0.1,false):fill(white)/i/2001708677.jpeg?f=imagemedium


Maar erg ondersteboven van zijn schrijfstijl ben ik niet. Hij gebruikt vaak dezelfde trucjes om de spanning erin te houden en zijn boeken beleven hun hoogtepunt iets te vroeg, als je nog tientallen pagina's te gaan hebt. Een goed verhaal eindigt op het juiste moment. Bovendien heeft hij inmiddels al meerdere boeken geschreven en lijkt de serie met hoofdpersoon Robert Langdon uit te draaien op die van Baantjer - een eindeloze reeks met verhalen die op dezelfde manier gestructureerd en uitgewerkt zijn. Of, als je Baantjer niet kent, net zoals vrijwel alle eurodance-liedjes uit de jaren negentig allemaal dezelfde opbouw en structuur hadden, van 2Unlimited tot Bobo.

Omdat de eerdere boeken van Brown een guilty pleasure zijn, begon ik met goede moed aan Oorsprong, het nieuwste boek van de beste man - die ik in het Engelstalige origineel Origin heb gelezen. Het boek gaat over een wetenschapper die op theatrale wijze de resultaten van zijn onderzoek bekend wil maken over de oorsprong van de mensheid en waar de evolutie naar toe gaat.

Ik zal weinig weggeven van het plot, maar een paar dingen wil ik bespreken. Het eerste is Dan Browns ongelofelijke neiging tot het opdreunen van Wikipedia-pagina's en feitjes die je slimme speaker uitspuwt als je vraagt om iets willekeurigs te vertellen. Zo legt Brown uit wat Uber is, wie Winston Churchill was en dat er een pijl verstopt zit in het logo van FedEx. Ik heb een paar keer tijdens het lezen met mijn ogen gerold en bijna hardop gezegd: ga nou gewoon verder met het verhaal.

Het tweede zal ik mysterieus moeten houden, maar ik had op veel punten in het verhaal moeite met de geloofwaardigheid van karakters en ontwikkelingen in het verhaal. Het is allemaal erg over-the-top en bombastisch in de manier waarop hij thema's bespreekt en de wereld beschouwt. Boeken van Dan Brown geven je haast het gevoel dat elke loszittende stoepsteen een geheim symbool is van een eeuwenoud broederschap of onderdeel van een verhaal waarin het lot van de wereld op het spel staat.

Het derde is het karakter Winston. Winston is een digitale assistent, net als Siri, Cortana, Google Assistant en Alexa. Een groot verschil is dat Winston veel capabeler is dan huidige assistenten - zo heeft hoofdpersoon Langdon een uitgebreid gesprek over de interpretatie van kunst met de digitale assistent. Daarbij is de hoofdpersoon verbaasd dat Winston honderden gesprekken tegelijk kan voeren - terwijl Langdon in dezelfde tijd leeft als wij, waarin Siri, Cortana, Alexa en Assistant werken op honderden miljoenen apparaten tegelijk.

Net als andere recente verschijningen van een digitale assistent in films, zoals Her en Blade Runner 2049, is het interessant om kennis te maken met volledig kunstmatige karakters. Schrijvers hebben al milennia lang te maken met fictionele karakters, maar vaak mens of dier. Het schrijven van digitale assistenten als karakter in een boek of film is een vrij nieuw fenomeen.

Het toont aan dat boeken en films zich aanpassen. De tijd dat sci-fi gevuld was met robots in de vorm van een metalen butler of een prullenbak met armen ligt echt achter ons (totdat Star Wars: The Last Jedi verschijnt, want daarin zien we ongetwijfeld C-3PO en R2D2 weer terug).

Oorsprong is met zijn kunstmatige, welwillende assistent een echt product van zijn tijd - een tijd waarin steeds meer wetenschappers hardop uitspreken dat zij denken dat kunstmatige intelligentie ons niet zal vervangen als in Terminator, maar ons zal helpen en begeleiden met dingen waarin wij minder goed zijn.

Wie fervent lezer is van Tweakers en wie goed op de hoogte is van recente geschiedenis, zal weinig verrassends en leerzaams tegenkomen in Oorsprong. Wie bovendien andere boeken van Dan Brown heeft gelezen, zal sneller dan de auteur had gewild een idee krijgen van hoe de vork in de steel zit.

Maar dat mag de pret niet drukken: net als van stampers van Captain Jack of De Sjonnies, heb ik van begin tot einde deze Dan Brown-thriller met heel veel plezier gelezen.

http://www.trbimg.com/img-59529ec9/turbine/la-et-jc-dan-brown-20170627

Recensie: boek van mediawetenschapper over digitale verslaving

Door arnoudwokke op zaterdag 29 april 2017 20:49 - Reacties (2)
Categorie: -, Views: 2.628

We zitten in de storm na de stilte.

Deze maand zijn er maar liefst drie boeken verschenen die in elk geval deels over de verslavende werking van smartphones gaan. De vertaling van het boek van de Amerikaanse hoogleraar Adam Alter kwam uit, onder de titel Superverslavend, NRC-journalist Wouter van Noort kwam met Is Daar Iemand? en tot slot mediawetenschapper Sidney Vollmer, die vorige week zijn boek On/Off presenteerde.

Eindelijk.

Het heeft even geduurd, maar eindelijk is er volop aandacht voor de keerzijde van mobiele technologie. Hoe mooi dat toverapparaat ook is en wat het ook allemaal mogelijk maakt, lang niet alles is positief. De smartphone steelt de stiltes in onze levens en heeft nog veel meer effecten die we onder ogen zullen moeten zien.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001340257.jpeg


Het boek van Van Noort besprak ik laatst en nu heb ik net On/Off van Sidney Vollmer net uitgelezen.

Wat voor boek is On/Off? Om met de tekst op de flap aan de binnenkant te spreken: het is een 'openhartige zoektocht naar meer balans in digitale tijden'. Vollmer bespreekt ontwikkelingen aan de hand van thema's, zoals muziek, video, smartphones, games en sociale media.

Bij elk thema haalt Vollmer er jeugdherinneringen bij, zoals bij het stuk over diensten als Netflix de videocamera van zijn vader die hem als dreumes een beeld van zichzelf op tv liet zien of bij muziekstreaming over het opnemen van liedjes uit de Top 40 op bandjes. Extra leuk voor mij als bijna-leeftijdgenoot, omdat veel van zijn jeugdherinneringen ook mijn jeugdherinneringen zijn.

Ook een aardig detail: hij heeft kennelijk geregeld op rustige plekken in het buitenland vertoefd om in alle stilte te kunnen schrijven, zoals een voormalig Frans klooster voor kunstenaars, auteurs en artiesten en een huis van iemand in Zweden, en vertelt daar tussendoor ook over. Het zorgt voor een fijne afwisseling in de persoonlijke verhalen.

Sowieso is het duidelijk dat hij in alle rust heeft kunnen schrijven: het is een rustig geschreven boek, met een prettig kabbelend soort ritme. Het is ook 348 pagina's en dankzij de uitgeschreven url's (!) en 404 voetnoten is het boek dus meer dan 380 pagina's lang en meer dan 500g zwaar. Ja, bij een boekrecensie weeg ik alles mee ;)

Vollmer duidt grote problemen aan, zoals de filterbubbel die ontstaat op veel gebieden als diensten ons dingen aanraden die we leuk vinden, de moeite die grote bedrijven doen om diensten zo verslavend mogelijk te maken en de gesloten algoritmes die bepalen wat we bijvoorbeeld zien op Facebook en Google.

Een van de spannendste is de vergelijking van technologie met de bacterie toxoplasma gondii, een beeld dat Vollmer haalde uit een interview uit zijn podcast Digitalisme met Marleen Stikker van Waag Society, de organisatie waar onder meer 'eerlijkere smartphonefabrikant' Fairphone uit voortkomt. "Ook bij muizen en ratten is die parasiet te vinden", schrijft Vollmer over de bacterie. "Bij die diersoorten zorgt de bacterie ervoor dat dat zij hun biologische instinct tot zelfbehoud negeren. De geur van kattenurine wordt door genenmanipulatie bijvoorbeeld niet meer als gevaarlijk beschouwd, waardoor derat dichter bij zijn natuurlijke vijand komt. De geÔnfecteerde rat wordt daardoor eerder opgegeten door de kat (...) Misschien worden we inmiddels gewoon collectief aangestuurd door tremes, technoparasieten." Overdrijving? Misschien, maar de denkrichting is interessant en na het lezen van deze passage legde ik het boek even weg om het in elk geval te laten bezinken en kijken of er in elk geval iets van waarheid in zou kunnen schuilen.

Het blijft niet bij constateringen. Vollmer komt ook met oplossingen. Sommige daarvan klinken nog redelijk haalbaar en nuttig, maar veel ervan zijn of op het oog onhaalbaar (een NDA, Nationale Digitale Autoriteit, een Nederlandse waakhond voor databescherming) of vrijblijvend (er moet meer discussie komen over X).

De oplossingen zetten in elk geval aan tot anders denken over technologie en de rol van onszelf en de overheid tot techbedrijven. Zo stelt Vollmer voor dat landen de mogelijkheid krijgen om apps en games die te verslavend zijn - net als bijvoorbeeld gokken - te reguleren of te verbieden. Ook zou Vollmer graag bij grote techbedrijven een technisch-ethicus aan het werk zien, iemand die bij belangrijke beslissingen de maatschappelijke impact zou moeten wegen.

Dat de oplossingen vaak groots en onhaalbaar klinken is niet zo gek: wie grote problemen aanduidt, zal met ingrijpende oplossingen moeten komen en die zijn momenteel misschien niet haalbaar. Bovendien: wie mikt op de maan, kan altijd tussen de sterren terechtkomen.

Het heeft mij in elk geval aan het denken gezet en ik heb het er al met diverse mensen over gehad - en als veel lezers dat gaan doen is het in elk geval pure winst. Mede door de vele interessante gedachtes en constateringen in het boek, in combinatie met de vele bronverwijzingen naar andere lezenswaardige werken over technologie, maakt On/Off meer dan de moeite waard voor wie zich wel eens ongemakkelijk voelt bij het vele gebruik van dingen als Facebook, Google, Netflix, Spotify of Amazon.

Ps. Je hoeft niet je favoriete e-bookstore te openen om On/Off te zoeken, want het boek verschijnt alleen op papier.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagemedium/2001488253.jpeg

Recensie: boek van NRC-journalist over 'smartphoneverslaving'

Door arnoudwokke op donderdag 20 april 2017 22:30 - Reacties (12)
Categorie: -, Views: 4.180

Imitatie is de ultieme vorm van vleierij.

En dus voel je je gevleid als iemand van het NRC een paar maanden na publicatie van je boek, waarmee ik mede beoogde een bepaald thema op de kaart te zetten, aankondigt een boek te gaan schrijven over hetzelfde thema.

Het is lastig om de overeenkomst in onderwerp te ontkennen tussen het onlangs verschenen boek 'Is daar iemand?' van NRC-collega Wouter van Noort en mijn eigen boek 'I love/hate smartphones' van anderhalf jaar geleden. Dat maakt mij aan de ene kant uiterst geschikt om het boek van Van Noort te beoordelen - en aan de andere kant natuurlijk totaal niet objectief.

Eerst even over het boek van Van Noort. Is Daar Iemand? gaat in brede zin over de invloed van smartphonetechnologie op onszelf en ons gedrag. Van Noort schrijft sinds drie jaar voor NRC en zat daarvoor bij opinietijdschrift Elsevier.

Laat ik meteen de vraag die in je opkomt beantwoorden: ja, beide boeken lijken wat op elkaar, al claimt hij dat hij mijn boek niet heeft gelezen en dat elke overeenkomst dus niet intentioneel is. Ik zie bij Van Noort dezelfde thema's en inzichten terugkomen, in soms ongeveer dezelfde bewoordingen (we zitten met smartphones in onze puberteit), met dezelfde standpunten op basis van dezelfde argumenten. En er is zelfs de naam van een hoofdstuk dat vrijwel exact overeenkomt.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001478505.jpeg


Ook hetzelfde: Van Noort gebruikt net als ik veel anekdotes uit zijn eigen leven en eigen omgeving om de informatie in het boek van een persoonlijke noot en context te voorzien. Het is een stijl die van mijn boek een volgens veel lezers prettig weg te lezen tekst maakte - en dat is bij Van Noort niet anders.

Er zijn uiteraard verschillen tussen beide boeken - zoals anderhalf jaar van nieuwe ontwikkelingen (Pokťmon Go), wetenschappelijke onderzoeken en boeken om uit te putten - maar al met al zullen lezers van mijn boek niet steil achterover slaan van de informatie en de voorbeelden die Van Noort aanhaalt

Is dat erg? Nee, niet echt.

De formule die in mijn boek volgens mij zo goed werkte, werkt hier ook weer: het leest prettig weg en is vermakelijk. Van Noort is een geoefend schrijver - hij is immers journalist - en dat is te merken. Het is levendig. Het enige hinderlijke aan het taalgebruik is de neiging om elke afkorting met kleine letters te schrijven. Ik heb me een paar pagina's lang afgevraagd wat 'ki' was, totdat ik teruglas en zag dat het de afkorting was voor kunstmatige intelligentie. Dat hij die afkortingen ook met kleine letters schrijft aan het begin van een zin, is iets waartegen elke vezel van mijn taalgevoel zich verzet ('Daarbij hebben mensen last van angstgevoelens, zenuwachtigheid en het gevoel nooit los te komen van hun werk. tno en cbs waarschuwen dat het te vroeg is... etc). Het is echter maar een kleinigheid en zal veel lezers vermoedelijk niet storen.

Het meest aansprekend voor de meeste lezers zullen de stukken zijn over de invloed van de smartphone op aandacht en multitasken. We worden door urenlang per dag op onze telefoon bezig te zijn minder goed in dagdromen - belangrijk voor het leggen van creatieve verbanden en dus voor nieuwe ideeŽn, en multitasken hebben we sowieso nooit gekund - dat de smartphone altijd als een jengelend kind om aandacht vraagt maakt dat alleen maar zichtbaarder. Bovendien: bedrijven doen er alles aan om ons verslingerd te doen raken aan hun app en maken gebruik van diepgewortelde beloningssystemen in ons brein.

Het sterkst wordt het boek naar mijn ogen in het hoofdstuk 'De dictatuur van data', een hoofdstuk waarin Van Noort het heeft over onder meer 'smart cities' en het gebruik van data en algoritmes door overheden om relletjes te voorspellen, maar ook om andere zaken te bepalen. Vanaf daar is het een kleine stap naar dataÔsme - het geloof dat algoritmes beter zijn in het nemen van grote beslissingen dan mensen - en die stap neemt Van Noort dus ook. Het drijft misschien ver af van het basale onderwerp van het boek, maar als veel mensen hierdoor in aanraking komen met het idee dat komende decennia volgens mij onze maatschappij in hoge mate kan vormen, dan is het die zijstap meer dan waard.

Er is natuurlijk voldoende aan te merken op het boek - kort-door-de-bocht conclusies op basis van wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld ('als je de hele tijd afgeleid bent door je smartphone kan dat ertoe leiden dat je ongezonder eet', een claim die nooit is onderzocht en die Van Noort ondersteunt met het vermoeden van een enkele wetenschapper) - maar al met al is dit een geslaagde poging om de problematiek rondom smartphones begrijpelijk uit te leggen aan een groot publiek. En de uitleg die hij geeft in zijn boek en die ik ook geef in mijn boek is helaas anno 2017 nog altijd hard nodig.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001478507.jpeg


Update: Van Noort laat na het lezen van dit blog het volgende weten: "Jouw suggestie van imitatie is onwaar, en nogal smadelijk. 1. Ik noem mijn bronnen allemaal en 2. Ik heb het jouwe niet gelezen."

Mijn tweede boek

Door arnoudwokke op woensdag 26 oktober 2016 14:42 - Reacties (25)
Categorie: -, Views: 7.902

Het was een van de meest bijzondere dagen uit mijn leven.

Ik weet nog goed dat ik wakker werd, uit bed strompelde en nog half verdoofd de kamer in liep, toen ik me ineens bedacht: wow, vandaag is het dan zover: mijn eerste boek komt uit. Die dag is nu precies een jaar geleden: 26 oktober 2015.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/2000811658.jpeg


De uitgever liet mijn boek, I love/hate smartphones, per snelle koerier naar Tweakers HQ bezorgen, zodat ik hem in elk geval op tijd zou hebben. Vlak na de lunch kwam hij aan en toen ik de doos openmaakte hield ik het resultaat van die lange inspanning eindelijk in mijn hand. Het boek was klaar.
Het zou overdreven zijn om te stellen dat het een unaniem belachelijk groot succes is geworden – ik ben niet Ivo Niehe – maar het boek heeft het redelijk goed gedaan. Exacte cijfers zijn, zoals altijd met die dingen, geheim, maar vooral in de tijd van Sinterklaas lag hij in alle boekwinkels, ook de Ako’s en Bruna’s op het station. Het gevoel van trots dat je hebt als je voor het eerst jouw boek in een boekwinkel aantreft, is bijna onbeschrijfelijk.

https://ic.tweakimg.net/ext/i/imagenormal/2001277817.jpeg

Zie mij liggen naast Goedele Liekens! Foto: Zeef

Naast de verkopen, vond ik het mooiste om te lezen wat mensen ervan vonden. De recensies waren vaak enthousiast. Het allerbelangrijkste: het heeft lezers aan het denken gezet over het gebruik van hun smartphone. En dat was het uiteindelijke doel: mensen bewegen tot het bewuster omgaan met dat wonderlijke stuk technologie in onze broekzak of tas.

Het boek is nu een jaar oud, (en nog volop te koop, zoals hier) maar als ik het lees, is het nog altijd actueel. Dezelfde strubbelingen met etiquette hebben we nog steeds en in de trein zie ik nog altijd mensen steevast vrijwel allemaal op hun telefoon bezig zijn, terwijl ze zich beter zouden kunnen vervelen. Ik hoop daarom dat deze Sinterklaasperiode weer een aantal smartphonegebruikers blij worden gemaakt door de Goedheiligman met mijn boek.

Al gelijk vanaf het begin vroegen mensen: komt er een opvolger? Ik heb de boot altijd afgehouden. Ik kan hem actualiseren – dat hoeft nu nog niet – of ik kan een onderwerp uit het boek uitdiepen, zoals smartphone-etiquette, maar het zou voor mij wel vertrouwd voelen. Het zou geen proces zijn met veel nieuwe ervaringen. En dat was juist een van de mooie randzaken van het uitbrengen van dit boek: ik heb veel nieuwe mensen ontmoet, het ontwikkelen van een manuscript tot een boek bij een uitgever meegemaakt en de grenzen ontdekt van mijn eigen discipline, doorzettingsvermogen en creativiteit. Het was, kortom, van A tot Z een groot mooi leerproces.

Toch begon het te kriebelen. Niet voor een nieuwe versie van ‘I love/hate smartphones’, maar voor een heel ander soort boek. En vandaag kan ik bevestigen: ja, ik ben begonnen met het schrijven van mijn tweede boek. Of, zoals ik beter kan zeggen, mijn tweede eerste boek.

Want het is een boek dat als dag en nacht zal verschillen van ‘I love/hate smartphones’. Het is zo’n groot verschil dat je denk ik nauwelijks zal herkennen dat het allebei van mij komt. Het is namelijk fictie. Het wordt een verhaal, met hoofdpersonen en een plot. Ik ben er nog niet helemaal uit welk genre het zal zijn, maar voorlopig lijkt het erop dat in de richting gaat van science-fiction.
Ik wil nog niet zeggen waar het over gaat – ik moet nog wel iets geheim houden natuurlijk ;). Het speelt zich af in (een variant op) Nederland, in 2037. Met wat kleine tweaks aan de maatschappij om mijn verhaal te dienen. Maar nog niets is zeker, alles kan nog veranderen.

https://i.kinja-img.com/gawker-media/image/upload/s--YfPF7Ebn--/c_scale,fl_progressive,q_80,w_800/h0lu5kmrocburd2iijlp.jpg
Een willekeurig plaatje hiervandaan


Het is dan ook nog lang niet af. Sterker nog, ik heb nog geen woord van het nieuwe boek op papier staan – of op de computer staan. Ik heb mezelf afgelopen maanden een stoomcursus gegeven in het schrijven van fictie. Hoe bouw je een verhaal op, hoe werkt het met karakters?

Bovendien lijkt het alsof het hebben van een idee voor een eureka-moment is, maar ik heb gemerkt dat dat niet klopt. Het is een idee, een uitwerking ervan, dat weer aanpassen, nog eens naar kijken, verder over nadenken en concluderen dat het niet wordt – en dan weer opnieuw beginnen. Ik heb er twee maanden voor uitgetrokken en nu heb ik, denk ik, een uitstekend idee – nadat ik minstens vijf goede ideeŽn naar de prullenbak heb verwezen wegens niet goed genoeg.

Voorlopig is de planning om het nieuwe boek rond medio tot eind volgend jaar af te hebben, ik weet het nog niet precies. Het is ook nieuw voor mij, ik heb geen idee hoe lang het wordt, hoeveel schrijfwerk het is en, als ik het eenmaal heb geschreven, hoeveel ik er nog aan moet sleutelen.
Wel heb ik hulp nodig, van jullie. Ik wil een paar dingen specifiek weten. Laat ik beginnen met het makkelijke: mijn karakters hebben namen nodig. Nu heten ze A1, A2, B1, B2 en B3 en het is niet de bedoeling dat het zo blijft. Als je goede ideeŽn hebt, laat ze achter in de reacties. Elke naam die in het Nederland van 2037 voor kan komen, mag daartussen zitten. Het zijn zowel mannen als vrouwen, dus elke naam kan ik gebruiken.

Het tweede is ingewikkelder: mijn eerste boek heb ik uitgegeven op de traditionele manier. Maar zal ik het nu op dezelfde manier aanpakken? Zal ik opnieuw een uitgever zoeken, daarmee in zee gaan en het boek zo in de boekhandels terecht laten komen? Of zijn er andere manieren van distributie en marketing die ik zou moeten overwegen? Ook daarvan hoor ik graag wat je vindt.
Ik heb er in elk geval heel veel zin in en elke keer als ik denk aan dit spannende nieuwe project, krijg ik er onmiddellijk energie van. Het is geweldig om een keer een eigen wereld te scheppen met karakters en een uitgebreid verhaal, en ik kan niet wachten tot ik iedereen dit mooie verhaal, dat nu nog alleen in mijn hoofd zit, te laten lezen.

Boekrecensie: Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen

Door arnoudwokke op dinsdag 13 september 2016 21:06 - Reacties (32)
Categorie: -, Views: 12.386

Zou jij er geld voor over hebben als geen enkel bedrijf je online in de gaten mag houden en je data mag verhandelen? Wat kies je: betalen met je data of betalen met geld? En zo ja, hoeveel wil je dan betalen?

Dit zijn een paar van de willekeurige vragen die bij me op kwamen bij het lezen van het boek Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen van De Correspondent-journalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis. Het is een boek dat gaat over hoe bedrijven en overheden je data vergaren en verhandelen, via onder meer apps op je smartphone, de browser op je pc en zo meer.

http://download.omroep.nl/vara/2016/09/12/20160912-dwdd-gesprek2_5.jpg
Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn bij DWDD op 12 september


Het is een boek dat om aandacht niet verlegen zit: onder meer De Wereld Draait Door, NRC en tijdschrift Vrij Nederland besteedden aandacht aan het uitbrengen van het boek deze week. Het boek legt aan de hand van anekdotes, onderzoek onder diverse apps en sites en kennis van hoogleraren uit hoe bedrijven en overheden onze data verzamelen en hoe ze die verhandelen. Veel tweakers zullen er niets nieuws of schokkends in lezen, maar de opsomming van die allemaal zorgt voor het schokeffect waardoor het toch in het nieuws komt.

De vragen waarmee ik deze boekrecensie begon zijn belangrijk. Ze vormen de basis van een veronderstelling die gek genoeg ontbreekt in het boek. Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen lijkt er vanuit te gaan dat veel mensen niet zullen weten dat bedrijven en overheden onze data verzamelen, delen en verhandelen. En bovendien lijkt het boek te veronderstellen dat als mensen dat wel zouden weten, zij andere keuzes zouden maken.

Ik ben daar niet zeker van.

De mensen die ik spreek over dit onderwerp en die minder kennis van zaken hebben over computers en internet lijken er van uit te gaan dat 1984 al bestaat. Elke keer als ik ze vertel over iets dat mij schokte, kreeg ik de vraag ‘of ik niet wist da de overheid ons altijd en overal afluistert’ en dat ‘Facebook en Google toch al alles van me weten’. Ze nemen geen maatregelen tegen tracking, omdat ze denken dat het geen zin heeft en soms omdat ze bang zijn dat het ze verdacht zal maken. Voor de duidelijkheid: dit zijn geen techfanaten, het zijn mensen die – om maar eens een klassieke inside joke op de Tweakers-redactie erbij te halen – bij proxy, tor en vpn denken dat het over politieke partijen gaat.

Daar komt bij dat Martijn en Tokmetzis moeite hebben met uitleggen waarom we wat te verbergen hebben. Gezien de titel had ik verwacht dat ze daar een duidelijk antwoord zouden hebben. Zo’n antwoord dat je kunt gebruiken de eerstvolgende keer dat iemand zegt dat hij of zij ‘niets te verbergen heeft’. Een antwoord dat iedereen overtuigt of op zijn minst aan het twijfelen brengt. Dat antwoord staat niet in het boek: in plaats daarvan behandelen de auteurs die cruciale vraag als een hete kroket. Komiek John Oliver maakte het thema massasurveillance behapbaar door het te richten op dick pics. Dit boek mist zo'n aansluiting met de dagelijkse wereld van veel mensen.

Behalve deze twee bezwaren – het boek gaat er vanuit dat niemand zijn data wil afstaan en het boek legt in mijn ogen niet goed uit waarom en wat we precies te verbergen of beschermen hebben – heb ik nog twee bezwaren. Eentje in inhoudelijk: Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen leunt erg zwaar op artikelen die eerder op De Correspondent verschenen. Ik als trouwe lezer van de stukken op die site kwam door het hele boek heen talloze teksten tegen die al gelezen dacht te hebben. Daar komt bij dat de informatie niet altijd actueel aandoet. De auteurs schrijven dat je op Android bij installatie automatisch toestemming geeft voor alles waar de app om vraagt. Dat is niet meer zo sinds Android 6.0 en was al langer niet zo op toestellen van onder meer Huawei en Xiaomi. Het geldt dus nog voor veel Android-telefoons, maar lang niet allemaal. En een van de hoofdstukken vermeldt bijvoorbeeld dat ze bepaalde trackers hebben gevonden op de site van Hyves. Allebei de overgebleven bezoekers van Hyves zullen daar wel van schrikken.

Het andere heeft te maken met de toonzetting. Nog voor je het boek gaat lezen, kom je aanbevelingen tegen van de directeur van Bits of Freedom en de lijsttrekker van de Piratenpartij. In een interview met NRC zeggen de auteurs ook dat ze in de loop van het schrijven van het boek zich steeds meer activist gingen voelen en dat is te zien: ze roepen bijvoorbeeld op om te doneren aan Bits of Freedom en stimuleren lezers om een adblocker te installeren (hoewel een van de bekendste, AdBlock Plus, ironisch genoeg vandaag bekendmaakte zelf advertenties te gaan verhandelen).

Wellicht ligt het dus aan die meer activistische houding, maar er zijn genoeg lichtpuntjes de afgelopen jaren geweest die wat mij betreft meer aandacht hadden verdiend in het boek. Zo is er – zoals de auteurs kort opmerken – Europese regelgeving gekomen en schoot een Europese rechter Safe Harbour af. Maar er is meer gebeurd: de populairste chatapp, WhatsApp, gebruikt de veiligste standaard voor end-to-end encryptie. Bovendien schudt de industrie waar data-handelaars op leunen, die van online advertenties, op zijn grondvesten. Sites die alleen leunen op advertenties gaan steeds vaker kopje onder of wisselen van businessmodel en alle mediabedrijven die vooruit durven kijken houden rekening met een toekomst waarin over een paar jaar online advertenties verdwenen of zo goed als verdwenen zijn. Er zijn voldoende ontwikkelingen in de positieve richting.

Het boek is, kortom, wat aan de negatieve kant.

Maar misschien is dat ook wel wat er nodig is. Een boek zet pas aan tot actie als het in ferme bewoordingen een standpunt inneemt. Nuance mobiliseert niemand, nuance leidt zelden tot verandering of debat en nuance heeft zelden een groot effect. En dit boek is duidelijk geschreven om impact te hebben.

Wat dat betreft is dit boek een uitstekend startpunt voor discussies op talloze feestjes en partijen, in media en waar dan ook. Het geeft mensen die anderen willen overtuigen genoeg munitie. Daar komt bij dat Je Hebt Wťl Iets Te Verbergen vlot, toegankelijk en onderhoudend geschreven is. Het is geen saaie, droge kost, maar je krijgt de informatie met voorbeelden, anekdotes en, naar het zich laat aanzien, oprechte emoties – vooral verbaasdheid over hoe ver deze praktijken gaan.

Daar komt bij dat het boek zijn wortels heeft in uitstekende verhalen die, als je ze nog niet gelezen had, veel inzichten geven die vermoedelijk nieuw zijn. Zoals over metadata en hoeveel die eigenlijk zeggen over je leven en wat je doet. Of over wat apps op een smartphone allemaal doen.

Het is ook een boek dat daardoor bol staat van goede journalistiek – iets waar ik heel blij van kan worden. Dat gebeurt niet alleen in informatie, maar de auteurs laten ook vaak genoeg weten dat het simpele nieuwsgierigheid is dat hen drijft – iets dat we als journalisten snel weglaten.

En o ja, de cover van het boek vind ik best briljant.

Door dit alles is het boek zeker aan te raden voor iedereen die De Correspondent niet leest, maar wel interesse heeft in online technologie en privacy. Ik verwacht dat Je Hebt Wťl Wat Te Verbergen bij veel tweakers een plekje gaat krijgen in de – al dan niet digitale – boekenkast.

https://cdn.shopify.com/s/files/1/0559/0133/products/corres_mm_dt_verbergen_boek_shopify_visuals_1080x1080_12_1024x1024.jpg?v=1473682014


Disclaimer: dit is geen redactionele review van Tweakers, maar een boekrecensie van mijzelf - geschreven omdat ik dit boek het bespreken waard vind.